Vaart zz 127 9401 GL Assen Tel: 06-26685100

Onzewortels


onze wortels
Waarom Stichting kleren van de keizer?
De Stichting kleren van de keizer vindt voor een belangrijk deel haar theoretische basis bij het werk van Wim van Dinten en Imelda Schouten. Daarnaast zijn wij Dirk de Wachter en Paul Verhaeghe dank verschuldigd want ook hun werk inspireerde ons om de Stichting op te richten.

Wij denken dat we het verschil kunnen maken. Het verschil voor iedereen die ondersteuning vraagt en voor medewerkers die ondersteuning bieden. Wij gaan er van uit dat je niet aan de mens, patiënt, cliënt of leerling gaat ‘sleutelen’ maar dat je in wisselwerking met de context uitzoekt wat het beste past. Dat spreekt voor zich en toch is het bijzonder. Met andere woorden: Alles en iedereen om je heen is voortdurend in beweging. Je leeft en alles is voortdurend in ontwikkeling. Je geeft voortdurend betekenis in wisselwerking met je omgeving.

Wat bedoelen we met betekenisgeving?
Betekenisgeving doe je. Bijvoorbeeld: honden herkennen patronen. Zodra je het gedrag van een hond uitlegt als denken in oorzaak en gevolg, wordt je menselijk specialisme zichtbaar: het vermogen te rationaliseren. Dat ziet er als volgt uit: Als ik de riem van mijn hond pak, dan springt hij op, dit is een oorzaak en een gevolg. Vermoedelijk heeft de hond al herkend aan mijn manier van opstaan en het moment waarop ik opsta en wacht hij op de volgende gebeurtenis. In dat patroon waaraan hij gewend is geraakt: het moment dat ik de riem pak.

De reactie van de hond kun je zien als een oorzaak- en gevolgrelatie en dat zegt veel over hoe je betekenis geeft. Dat jij denkt in oorzaak en gevolg wil niet zeggen dat in de realiteit verschijnselen op die manier met elkaar verbonden worden of dat honden denken in oorzaak- en gevolg. Het is dé manier om in je hoofd verschijnselen met elkaar te verbinden. Je geeft rationeel betekenis. Pas als je merkt dat zo’n oorzaak- en gevolgrelatie er in de realiteit niet blijkt te zijn, begin je je af te vragen of er misschien een andere samenhang is. In zulke situaties zie je dat je het vermogen hebt om vanuit een ander perspectief te kijken. Andere vormen van betekenisgeving zijn evolutionair, sociaal en zelfrefentieel. Het zijn er vier en ook niet meer dan vier, dat laat van Dinten in zijn standaardwerk ‘met gevoel voor realiteit’ (Eburon 2003) duidelijk zien.

Elk van de vier vormen kun je waarnemen als gedragspatroon. Luister welke woorden iemand gewend is te gebruiken, de manier waarop hij werkt, welke meningen hij heeft, hoe hij beslissingen neemt en met zijn omgeving omgaat. Je herkent zo’n patroon, zodra je de vier vormen van betekenisgeving herkent. Zodra we die vier vormen expliciteren noemen we het al gauw een model, maar dat is het niet. Het is een referentiestelsel om patronen die mensen in wisselwerking met hun omgeving laten zien te kunnen benoemen. Zodra je op die patronen gaat letten en ze serieus neemt, ben je bewust bezig met betekenisgeven en kun je vormen van betekenisgeving onder woorden brengen.

Wat zijn Oriëntaties?
Zolang je in je dagelijks leven niet nadrukkelijk over dingen blijft nadenken of in verwarring bent, blijf je op de automatische piloot onbewust betekenis geven. Daar is op zich niks mis mee. Iedereen ontwikkelt tijdens het opgroeien in wisselwerking met de omgeving een eigen combinatie uit de vier vormen. Je blijft daarmee waarnemen en oordelen en ordent er je activiteiten mee. Deze combinatie noemen we iemands oriëntatie. Die kun je niet even uitzetten of wegleggen. Je oriëntatie is in wisselwerking met de omgeving als evolutie tot stand gekomen en in je vastgeraakt. In een oriëntatie domineren meestal twee vormen van betekenisgeving. Je raakt die niet meer kwijt, kunt ze niet zomaar veranderen, maar je kunt de minder ontwikkelde vormen van betekenisgeving in jouw oriëntatie wel laten groeien.

In de culturele omgeving waarin je opgroeit, krijg je de daar en dan heersende combinatie van betekenisgeving met de paplepel ingegoten. Wanneer omstandigheden in die cultuur veranderd zijn in vergelijking met de tijd dat jouw ouders en grootouders opgroeiden, zal jij onder invloed van die nieuwe omstandigheden een andere (nieuwe) oriëntatie dan die van je ouders laten zien. Dat speelt ook in allerlei scholen, instellingen en organisaties die opgericht zijn in een tijd dat een bepaalde oriëntatie heerste waarin die nieuwe instelling toen paste. Wie negatief praat over een andere generatie, heeft niet in de gaten dat een oriëntatie beïnvloed wordt door de omstandigheden waarin je opgroeit. Als ouderen in deze tijd zouden opgroeien, zouden ze net zo’n soort oriëntatie als de huidige jongeren hebben, en omgekeerd. Als je met jou oriëntatie die ontstaan is in deze tijd, werkt in een organisatie die niet mee ontwikkeld is in deze tijd, dan heb je een probleem. De leiding van zo’n organisatie zal zeggen dat jij afwijkend bent en je niet kunt aanpassen. Meestal is het omgekeerd.

Definitie van de situatie
Elke omgeving nodigt mensen uit tot een vorm van betekenisgeving. Bij iemand die zich moeilijk kan bewegen voel je je uitgenodigd te helpen. Je komt in een klaslokaal en de functionele inrichting straalt je tegemoet. De tafels en stoelen staan zo opgesteld dat je samen met anderen aan de slag kunt gaan of individueel luistert naar iemand die ervoor staat. In elke omgeving heerst een definitie van de situatie die je kunt uitdrukken in een combinatie van vormen van betekenisgeving. In een kantoor en op Schiphol vooral rationele betekenisgeving, in de klas of een ziekenhuis vooral een combinatie van rationele en sociale betekenisgeving. Een oudere persoon die even een handje nodig heeft: sociale en rationele betekenisgeving, in die volgorde. Je voelt zo’n definitie en handelt ernaar. Als je vormen van betekenisgeving tot je beschikking hebt kun je gaan herkennen hoe anderen de omstandigheden voor jou bepalen en welke vormen van betekenisgeving daarin overheersen. Dat noemen we: het bepalen van de definitie van de situatie. Neem als voorbeeld: een docent in de klas, acteurs in een theater of het management van een organisatie.

Zodra je in een omgeving komt zal je al snel de definitie van de situatie voelen en ervaren. Ga je naar een ander land dan ervaar je het als cultuurverschil. In de cultuur waarin je bent opgegroeid weet je meestal vooraf al wie hem thuis, op school of in je werkomgeving bepaalt. Als je niet voldoet aan de situatie oefenen je ouders, leraren, leidinggevende druk op je uit om te doen zoals de definitie is ingesteld. Zodra je vormen van betekenisgeving tot je beschikking hebt, ga je het verschil in betekenisgeving herkennen tussen jouw oriëntatie en de definitie van de situatie. Sta je voortdurend bloot aan dat verschil dan kun je daar erg veel last van krijgen. We noemen dat wel een misfit.

In deze tijd zie je dat er bij dienstverlenende organisaties vaak sprake is van zo’n misfit. Dat speelt zowel bij de mensen waaraan diensten worden verleend als bij de eigen medewerkers. Immers dienstverlening wordt vaak aan geboden in de vorm van een concept of protocol waarmee mensen geholpen moeten worden en medewerkers worden gedwongen om daarnaar te handelen. Mensen die ondersteuning vragen raken ‘begeleiders moe’. Ze krijgen de ene na de andere begeleider of ondersteuner toegewezen die iets aan hen wil veranderen. Begeleiders weten dat ook en raken uit hun evenwicht doordat ze wel handelen volgens protocol maar geen resultaat boeken. Patiënt, cliënt, klant wordt niet geholpen.

Bij Stichting kleren van de keizer willen we zowel aan hen die ondersteuning vragen als aan hen die ondersteuning bieden, laten zien dat het fundamenteel anders kan. Je ontdekt de mogelijkheden van wat er in wisselwerking kan ontstaan en je gaat zien wat je nog niet eerder zag.